Aflevering afspelen
Ga terug

Julius Vischjager overleden: 'De hofnar is de machtigste man na de koning. Ik ben de Binnenhofnar'

Julius Vischjager, hoofdredacteur van The Daily Invisible, is overleden. Op BNR Nieuwsradio blikte Jaap Jansen terug op deze bijzondere man, die wekelijks 'de laatste vraag' mocht stellen op de persconferentie van de minister-president, vanaf Dries van Agt tot en met Mark Rutte. Als 22-jarige journalist interviewde Jaap hem voor de Haagse Post in de rubriek 'Bezigheden'. Best een lastige klus, want Julius sprong nogal van de hak op de tak. Hieronder die tekst uit HP van 1 juni 1985.


Bezigheden

Julius Vischjager (48) is hoofdredacteur van The Daily Invisible

Interview: Jaap Jansen


“De dagindeling van de hoofdredacteur is: 's morgens vroeg opstaan, half acht. Dan een staand ontbijt, naar de douche, het nette pak aan. Ik begin de dag met ergernis over de Volkskrant. Het positieve antwoord op mijn vraag aan Lubbers of het Vaticaan Israël moet erkennen heeft alle kranten gehaald, behalve de Volkskrant, want het zou de katholieken maar voor het hoofd stoten. Trouwens, Harry Lockefeer heeft toen ik in New York bij de Verenigde Naties was het origineel van The Daily Invisible gestolen. Ik moest even naar het toilet en toen ik terugkwam was niet alleen hij verdwenen, maar ook mijn origineel. Goeie collega!

Dan heb ik in mijn leven een studieprogram. Ik studeer rechten, al een jaar of twaalf: éducation permanente. Kijk, ik bèn al afgestudeerd, ik heb het conservatorium. Studeren is: touwtje springen. Het is training, mental training. Dat moet je in periodes indelen. De universiteit is een hondehok geworden. Er is toch geen niveau meer? Daar heb ik het jaren geleden nog met Jean Paul Sartre over gehad. Het is een volle dagstudie, daarvoor betaal ik ook, maar ik doe het in deeltijd. Vlak voor de examens heb ik een studieperiode, dan gaan de deuren dicht. Dat ik dan toch vrijdags even op de persconferentie van de minister-president kom is ontspanning, geen journalistiek.


De voorbereiding van de persconferentie kost me een hele week. Je moet denken, filosoferen, praten. Mijn voorrecht is: het stellen van de laatste vraag. Die vraag is gebaseerd op studie. Vandaar dat al mijn vragen, ondanks de tegenwerking van de pers, alle voorpagina's halen. Daarnaast heb ik nog een heleboel taken. Ik heb het drukker dan het Koningshuis. Een mens kan onmetelijk veel doen, onmetelijk veel. Mozart schreef... Of Schubert, laat ik Schubert maar nemen. Schubert schreef oneindig veel in zijn korte leven. Waarom? Omdat hij dééd. Maar: geconcentreerd. Je kunt je studie in een jaar doen, je kunt een boek schrijven in een week. Je kunt de afwas in tien minuten doen. Het is een kwestie van wat je eruit haalt. Zo ben ik dus bezig.

Dan doe ik Vrede en Veiligheid voor de Kunstenbond FNV en ik zit in de werkgroep buitenland van de Partij van de Arbeid. Dat zijn al twee dingen die ik koppel. Het is allemaal een kwestie van coördinatie en koppeling.

The Daily Invisible is een onregelmatig verschijnend dagblad voor eerlijke politici en mensen die eerlijk zijn. En daar wordt je hoofdredacteur van omdat een krant een hoofdredacteur nodig heeft. Anders wordt het een puinhoop. De buitenlandse persvereniging heeft tegen me gezegd: zou je je hoofdredacteur een brief willen laten schrijven dat je lid kunt worden van de buitenlandse pers. Is me gevraagd. Gisteren. Dus ik schrijf een brief. Wie is je hoofdredacteur? Ben ik, ja. En op een zeker moment ben ik ook krantenjongen, uitgever, fotograaf. Ik heb twintigduizend kleurenfoto's. Deze week heb ik een ten toonstelling in de PvdA-fractiekamer over 'Joop den Uyl en de PvdA'. In het gebouw van de afdeling Transvaal hangt een permanente expositie van me, maar dan met als onderwerp: 'De PvdA en Joop den Uyl'.


Ik vind: een hoofdredacteur is alles voor een krant. Er is slechts één uitzondering, dat is de administrateur, een bijna afgestudeerde filosoof. Heeft tachtig abonnees geroyeerd. Die hadden te veel èn te weinig betaald. Dat is hetzelfde. Ik geef één gulden vijftig subsidie aan het bedrijfsfonds voor de pers en dat stopt de minister ieder jaar in zijn zak. De VVD wilde er vragen over stellen in de Kamer, maar ik zei: dat kost 2100 gulden per vraag en dat is onzin. De minister weet dat het voor het bedrijfsfonds is. Een krant maak je, omdat je er behoefte aan hebt. Desnoods op wc-papier. Een krant is een meningsuiting, een gevoel van jezelf. Je moet kunstenaar zijn wil je een krant maken.

Afgelopen vrijdag ondervroeg ik Lubbers over Bitburg. Er werd gezegd: de vraag over Bitburg is beantwoord. Ik zeg dan niet: ik wil nog een vraag over Bitburg stellen. Ik zeg: meneer de minister-president, ik zou graag van u willen weten of u zich meer tot Reagan dan tot Thatcher voelt aangetrokken. Dat hoeft helemaal niet op Bitburg te slaan, maar hij legt dan zelf die link. Vindt-ie wel leuk, voelt dat aan. En dan heeft hij de vrijheid om te antwoorden. Als een onderwerp verboden is op de persconferentie, dan moet je de vraag anders stellen. En dat eist energie. Wat je moet vragen is wat in je opkomt op een bepaald moment. Meneer de minister-president, uw veters zijn ongelijk, de ene is langer dan de andere. Dat is de goeie vraag. Want dat valt je op, op dat moment. Ik heb eens gevraagd aan Van Agt: zegt u eens iets juridisch. Dat heb ik en keer gevraagd, ja.


De hoofddirecteur van de RVD, Van der Voet, doet het heel goed. Ik zal een voorbeeld geven. Ik was in het museum van Fuchs in Eindhoven waar Prins Bernhard het eerste exemplaar van een boek over de geheime dienst in de Tweede Wereldoorlog van Frank Visser in ontvangst nam. Daar was De Graaff van Philips en daar was ook Frans Dekkers die een verboden boek over Philips heeft geschreven. Die komt op me af en zegt: Julius, zou je voor mijn nieuwe boek een foto willen maken van mij met Prins Bernhard? Ik zeg: dan moet je toestemming vragen aan de Rijksvoorlichtingsdienst. Even later komt hij terug met een man van de RVD die zegt: de fototijd is voorbij, maar vooruit. Ik loop de zaal binnen en daar staat de hele rattapatat van Philips. De Graaff rent meteen weg. En wat gebeurt er? Een Telegraaf-journalist was zo geschrokken toen hij mij met Frans Dekkers naar Prins Bernhard zag lopen dat hij van de tafel af donderde. Alle glazen om! Bernhard draait zich om en daar staat achter hem Frans Dekkers. Ik knip een paar keer. Prima, Bernhard geeft Dekkers een bemoedigend schouderklopje, praatje gemaakt, weg. De volgende dag word ik opgebeld door de assistent van Prins Bernhard. Wilt u onmiddellijk die foto komen inleveren! U heeft een verbod gehad van de RVD om die foto te maken. U weet toch wat een ellende hierop kan volgen. U als lid van de Partij van de Arbeid - dat wisten ze! - weet toch wat een misère het kan geven als die foto gepubliceerd wordt. Daarna word ik opgebeld door de RVD. Onmiddellijk die foto brengen! U mag 'm niet publiceren. Ik zeg: ja, maar u heeft toestemming gegeven. Niks mee te maken, andere situatie. Het Koningshuis komt in opspraak, breng onmiddellijk die foto. Ik kom daar, ze zien de foto. Frans Dekkers kijkt over de rug van de Prins, dat zegt niets, dat wist ik. Toen moesten ze lachen en hebben ze die assistent ervanlangs gegeven. Ze hebben ontzettend veel moeite gedaan om het Koningshuis tot bedaren te brengen. Vandaar dat het Koningshuis me nooit meer persoonlijk uitnodigt. Daarom is het zo interessant dat ik met de Koningin mee mocht naar Rome en het Vaticaan. In augustus komt er een stuk en dat liegt er niet om. Daar kan niemand omheen, ook de RVD niet. Hans van der Voet zei: ik heb nog nooit iemand gehad, die ons zoveel moeilijkheden bezorgd heeft. Maar wij hebben een land waar de persvrijheid hoog in het vaandel geschreven staat, meneer Vischjager.


Ik mag elke week de laatste vraag stellen aan de minister-president. Dat is nog eens wat anders dan de gang van zaken in Amsterdam. Ik word geweerd uit het stadhuis. The Daily Invisible bestáát niet in Amsterdam. Ze durven me niet toe te laten omdat ik vragen stel. Van de week was ik in het Rijksmuseum en zelfs daar werd ik er nog uitgegooid, terwijl ik een interview zou hebben met Ernst Gombrich, de schrijver van History of Art, die een lezing gaf. Een man die Nederland bijna niet meer aandoet. Want vergeet niet: Nederland wordt vergeten. Nancy nodigt Ria niet uit en dat is niet om Ria te pesten.

Ik was eens in New York en André Spoor wilde de Democratic National Convention in maar kreeg geen kaart. Hij zei: ik ben hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Toen zeiden ze daar: Wat is dat? Een krant in Nederland, zei Spoor. Waar ligt dat, vroegen ze! Ik mocht er wel in, The Daily Invisible konden ze niet weigeren.

Amsterdam is onbestuurbaar. Toen Toorenaar een feest had wat volgens de politie was aangeboden door de onderwereld, was Ed van Thijn doodsbang naar Londen gevlucht. Net zo goed als Dolman nu naar Sint Maarten vliegt als de Paus komt. De onderwereld in Amsterdam heeft meer macht dan de mafia in Italië. Amsterdam heeft een lege pot, is afhankelijk van de loten voor het Concertgebouw. Niet voor niets heeft mijn vriendin een brief van de PvdA gehad waarin staat dat ik nu niet en in de toekomst niet de kwaliteiten heb voor een zetel in de Tweede Kamer, zelfs niet voor een onverkiesbare plaats. Ik ben ongeschikt, want ik zou het in Amsterdam grondig veranderen.

Mensen die niet goed kunnen werken hebben agenda's. Mijn agenda: helemaal leeg. Waarom? Omdat schrijven in een agenda tijd kost. Wat ik moet doen zit in m'n hoofd. Daarom vergeet ik nogal eens afspraken. Da's niet erg, want die afspraken zijn niet belangrijk, anders had ik ze niet vergeten.

Wat ga ik morgen doen? "Om negen uur komt Jan de Visser van de AVRO om foto's te halen van een receptie. Die liggen er al een half jaar. Hier: Jan de Visser met Nicolaas Jouwe; de Freule, uniek. Dan ga ik, na wat piano gespeeld te hebben, bestuursrecht doen, want dat heb ik donderdag. Wat moet ik doen? Ruimtelijke ordening, een hoofdstuk van Troostwijk. Tussendoor schrijf ik mijn column 'klassieke pianomuziek' voor Playboy over het Chopin-festival te Gent. Toen ik daar was had ik ook een ontmoeting met de Koning van België. Daar schrijf ik niets over, da's privé. Heb ik ook foto's van. Worden opgestuurd naar de Koning als daar tijd voor is. Vroeger zou ik gezegd hebben: de Koning van België, het belangrijkste wat er is. Maar de Koning van België is voor Nederland niet van groot cultureel belang.


Bijna elke avond speel ik piano in Arti et Amacitiae, dinsdags schaak ik er. In de Tweede Kamer schaak ik ook, ik sta nu bovenaan in de tweede groep. Je hebt een A- en een B-klasse. Ik schaak met ketelaars en koffiejuffrouwen, het tweede plan. Daar heb ik tot nu toe alles van gewonnen. Er is dus de mogelijkheid dat ik naar de eerste klasse ga. Maar. Kamerleden doen bijna niks aan, schaken, hebben geen tijd. De tweede klasse is leuker, dan praat je nog eens met de mensen uit de koffiekamer.

Ik ben erg met muziek bezig, je weet dat ik een muziekkamer in de Tweede Kamer voor mekaar gekregen heb. Weet je dat niet eens? Ik vind het een cultureel gebrek, dat dat nog steeds niet bekend is. Wanneer de nieuwbouw van de Kamer klaar is, wordt de huidige vergaderzaal weer balzaal. Waarom heet het niet muziekkamer? Omdat je dan weer van die domme politici krijgt die hun revolver trekken, want het is cultuur. We hebben het dus de balzaal gelaten. Het is de bedoeling dat er musische vorming komt. Want dat is mijn uiteindelijke doel: musische vorming vanaf de lagere school.

Ik behoor tot het meubilair van de Tweede Kamer. Op een zeker moment zei een voorlichter: je mag niet op de bank zitten als er Kamerleden zitten. En toen zei Dolman: jij hoort erbij. Vanwege de muziekkamer. Ik ben er onlosmakelijk mee verbonden. De hofnar is de machtigste man na de Koning. Ik ben de Binnenhofnar.”


Hier zie je Julius in twee van zijn Amsterdamse huiskamers: thuis en café Eik en Linde. Zijn Haagse huiskamer was Nieuwspoort.

Reacties 0